Five stories about our new fixations This week I was invited to give a presentation at Social Strategy Talk in Amsterdam. The theme was "bizarre stories" and I was amazed by the inspiring (and personal) stories that were shared by my fellow...
What's up with TEDx in 2010? This week at a partnermeeting I had the pleasure to announce that the second edition of TEDxAmsterdam will take place in the Stadsschouwburg in Amsterdam. On 30 November 2010, the stage of this beautiful...
Future of publishing Last week I was one of the keynote speakers at InCTformatie, the annual conference for publishers in The Netherlands. As part of my talk was this video about "the end of publishing".
Lot of people felt...
My talk at NEXT10 in Berlin Last week I was in Berlin attending and speaking at the NEXT-Conference 2010. Other speakers included Stowe Boyd, Andrew Keen and Cindy Callop. I was in the track "openess" together with Steve Rubel.
Some...
Sinds ik mijn boek over email-overload en het compulsief internetten heb geschreven, houd een persoonlijk dilemma mij bezig. Mobiel mailen; is dat nou goed of fout?
Goed
Afgelopen week was ik op werkconferentie in Zuid-Frankrijk met een aantal vooraanstaande lieden uit het Nederlands bedrijfsleven en zij bevestigden het beeld bij mij dat mobiel mailen een zegen was. Af en toe grepen ze naar hun Blackberry of iPhone en verwerkten wat mailtjes. “Heerlijk, toch. Ik ben weer helemaal bij”, straalden ze trots uit. Daar is ook iets voor te zeggen. Het nieuwe werken betekent dat je overal en altijd kán werken, en hoe kan dat nu beter dan met een -letterlijk- mobiele device. Ook hield het voor hen in dat sommige collega’s niet eens in de gaten hadden dat zij zich aan de Cote d’Azur bevonden.
Fout
Maar weet je wat het is met mail op de mobiele telefoon? Het gaat maar door. Je kunt het niet gemakkelijk aan – en uitzetten. Het gevolg is dat er altijd iets is, dat je aandacht vraagt. Linda Stone noemt dit “continuous partial attention”: continu versnipperde aandacht. Rijd je in de auto, dan kijk je om de 8 minuten op je schermpje om te zien of er “nog iets te lezen is”. Je begeeft je je in levensgevaarlijke situaties om korte mailtjes toch maar even te beantwoorden. Of ’s-avonds als je je kinderen op bed aan het leggen bent, kijk je tijdens het voorlezen toch weer even op dat schermpje. Wat voor automobilist of ouder ben je dan? Precies, fout.
This week The Gates Foundation and TED released their website for the TEDxChange. Events that will be taking place across the globe this year on 20 September. It’s my pleasure to give you some more information about the Dutch chapter of this event:
TEDxChange in Amsterdam A life changing dinner party with an unforgettable exchange of energy
On September 20, to coincide with the United Nations summit on the Millennium Development Goals, there will be a global event organized by TED and the Gates Foundation. In Amsterdam, a remarkable group of individuals will join the live video broadcast from the Paley Center in New York and after participate in a TEDxChange event. This will be an interactive dinner with 8 people who, with their businesses or projects, are working towards achieving the MDGs in their country. They will share their desires and passions, their ideas and achievements, and then ask for support. The event will be a massive call-to-action to back these people and their businesses. Money will not be requested. The currency at this event will be skills, knowledge and time.
The handpicked guest list to this event will consist of one hundred people who are chosen on account of their ability to effect change and bring unrivalled skills to the table.
Part 1: Listening
This extraordinary event will bring together people who want to be inspired; who are ready to make a difference – young innovators, and established, successful businessmen alike.
Many emerging countries are growing faster than ever with young, dynamic local business-people building up their economies and creating jobs. The event will focus on the energy, positivity and creativity around change in developing countries. There will be inspiring stories and triumphant tales from people who are making a difference.
In 3 minute mini-talks, 8 guest speakers will lay out what their businesses needs to grow. This could be help with business modeling, building a website, getting in touch with universities, setting up a communications plan, accessing an effective international network or securing an introduction to relevant stakeholders – anything is possible.
Part 2: Participating
After hearing these requests, the guests will have an opportunity to dine, in groups of 10 with the speaker they were most inspired by, or feel they can most contribute to. The meal will be an opportunity to hear more and actively match requirements with skills. By the end of the evening, guests will leave having made a pledge of action, knowing their next steps and that they have already made a positive difference. The person behind the best idea/action will even get the opportunity to share their progress at TEDx Amsterdam on November 30 2010.
Nu de helft van Nederland zich klaarmaakt om de zon op te zoeken, doet zich voor jou een prachtige kans voor! Je hebt namelijk een keuze waar het gaat om je inbox. Je kunt ervoor kiezen om tijdens je afwezigheid digitaal te ontslakken. Of om te proberen de schade een beetje te beperken.
Met ontslakken bedoel ik natuurlijk twee of drie weken volledig offline gaan, met alle toeters en bellen. Om te zien wat dat met je doet. Welke ideeën je krijgt, wat je collega’s daarvan vinden. En met “schade beperken” bedoel ik dat je zelfs op vakantie ook nog het virtuele lijntje met kantoor in stand houdt (niet aan te raden).
KPN gebruikte deze maand in hun interne nieuwsbrief de tips uit mijn boek. Hier zal ik “Op vakantie in de 24-uurs economie” ook nog maar eens plaatsen:
Tip 1: start al een aantal dagen eerder
Zet 3 dagen van tevoren je out-of-office-reply aan, Hierdoor voorkom je dat je op het laatste moment nog allerlei spoedklusjes moet afhandelen en stel je je collega’s vast op de hoogte van naderende absentie.
This is the week of TEDGlobal! An official TED-conference, held over the course of four days in Oxford. TEDGlobal “will explore the shocking undercurrent of good news just below the surface of today’s troubling headlines”, says its curator Bruno Guisani.
Last year I attended TEDGlobal and I immediately fell in love with the beautiful city of Oxford and really enjoyed the Brittish humor that added yet another layer to the TED-experience.
This year is different though. I decided not to to travel but to gather with the TEDxAmsterdam Crew + guests to watch the official live stream together. We’ll be hanging out all week at BoomChicago which usually is a place for stand-up-comedy and food and drinks.
Gistermiddag stond ik op het dak van Café Engels; negen verdiepingen hoog, terras in de zon, uitkijkend over de bouwput van Rotterdam Centraal. Ik keek door het schermpje van mijn telefoon en daar zag ik heden, verleden en toekomst.
Eindelijk een toepassing van Augmented Reality waar ik echt warm van werd. Afgelopen jaar is er veel gesproken over “AR” en gedroomd over de mogelijkheden van deze toepassing, maar het Nederlands Architectuur Instituut (NAI) schittert wat mij betreft op eenzame hoogte als het gaat om hun Urban Augmented Reality-project. Circa 350 objecten zijn in 3D op je telefoon te bekijken in een tijdlijn van verleden, heden en (alternatieve) toekomsten.
Bekijk het filmpje om te zien hoe dat er uit kan zien:
Het NAi heeft bijna alles goed gedaan:
Kernfunctie
Ze zijn heel dichtbij hun merkwaarden en kernfunctie gebleven: ze worden letterlijk de Google van de architectuur in Nederland.
Netwerk
Ze hebben samengewerkt met andere partijen. Niet in hun eentje verdwaald in een project, maar de expertise ingeroepen van een netwerk van bedrijven. In10 voor het concept, Layar voor de software, DPI voor de animaties en architectenbureaus voor de 3D modellen.
Buiten de muren
De muren zijn letterlijk en figuurlijk omver geworpen. Eerder schreef ik al dat musea en erfgoedinstellingen naar buiten moeten, wel het NAi laat zien wat je hiermee aan relevantie kan winnen!
‘We hebben een tekort aan ideeën’, ‘We missen aansluiting bij de jonge doelgroep’, ‘Hadden we maar geld om…’ Slechts een handvol voorbeelden van uitspraken die ik letterlijk uit de mond van museummedewerkers heb opgetekend toen ik hen vroeg naar hun plannen voor vernieuwing dit jaar. De wil om te vernieuwen is overduidelijk aanwezig. Zelden heb ik mensen met zoveel passie horen praten over hun werk. Musea zitten op goud, maar zien het zelf niet altijd.
De richting waarop de vernieuwing wordt ingezet, is mijns inziens niet altijd de goede kant op. Musea zijn gewend om te denken van binnen uit. Binnen de grenzen van hun eigen muren. Toch zien we dat anno 2010 de mensen mondiger, creatiever en productiever zijn dan ooit. Door technologie verbonden starten zij nieuwe samenwerking en dragen zij collectief bij aan het culturele erfgoed. Soms is dit op verzoek van het museum. Het Brooklyn Museum exposeerde in de zomer van 2008 een ‘crowd curated exhibition’, een tentoonstelling volledig samengesteld en gecreëerd door bezoekers in plaats van curatoren.
In andere gevallen belanden ‘de werken’ onbedoeld in het museum. Zo riep de popgroep C-Mon & Kypski hun fans op om mee te werken aan hun videoclip. Iedereen kon een frame (miniseconde) van de videoclip uitkiezen en die zelf uitbeelden voor zijn of haar webcam. De beelden van zo’n pose werden door duizenden bezoekers over de hele wereld ingestuurd waardoor de regisseur elk uur desgewenst een nieuwe videoclip kon uitbrengen. Opvallend was dat er nauwelijks werd geknoeid: ruim 94 procent van de deelnemers poseerde op creatieve wijze, precies zoals videokunstenaar Roel Wouters met het storyboard van de videoclip voor ogen had.
Vandaag in de Volkskrant een interview met mij over infobesitas. Over het verschil hoe mensen op kantoor met information overload omgaan en hoe scholieren zich er een weg doorbanen -ondanks hun docenten.
Infobesitas. Het is een voor de hand liggen woordspeling op Obesitas, volgens Jim Stolze (36). Toch geeft het een zelfde soort problematiek aan. Tegenwoordig is informatie zo vrijelijk en overvloedig verkrijgbaar, dat we er ons aan overeten. Mensen blijven maar informatie consumeren, terwijl ze daar helemaal niet gelukkiger van worden. We zijn toe aan een nieuwe manier van lesgeven in het onderwijs. Digitale informatie consumptie zouden we met evenveel aandacht en urgentie moeten behandelen als verantwoord eten, zo vindt Stolze.
Wat is er aan de hand?
‘Kinderen van nu hebben toegang tot meer informatie dan hun leraren: een uniek moment in de geschiedenis. Vroeger had ik het gevoel dat mijn leraar geschiedenis alles wist. Dat was heel gaaf. Nu kunnen leerlingen direct checken of de leraar wel de waarheid spreekt en er tegenin gaan. De leraar is geen meneer meer. Net als de dokter. Als mensen op het spreekuur komen hebben ze al uitgevogeld wat ze hebben dankzij dr. Google. Heel frustrerend voor iemand die er jarenlang jaar voor heeft gestudeerd. De arts moet op zoek naar nieuwe invulling van zijn beroep met vaardigheden als coaching en empathie.’
Hoe moet dit dan in het onderwijs worden ingepast?
‘Het is vreemd dat onze generatie, die niet met internet is groot geworden, aan de jeugd moet vertellen hoe ze met die nieuwe vormen van media om moeten gaan. Wij (dertigplussers) zijn geneigd informatie te bekijken als fysieke objecten. Wij hebben de tijd meegemaakt dat post, fysieke post was. Dat kwam een keer per dag in een stapel op je bureau. Als die stapel te hoog was, dan kreeg je een extra collega. Je werk was gedaan als je stapel op was.’
‘Tegenwoordig is post digitaal. Het komt per e-mail binnen op je computer. Niemand heeft enig idee hoe hoog die stapel is. Sterker nog. Het is iets dat we niet kunnen bevatten. Toch blijven wij het beschouwen als een stapel post die weggewerkt moet, als een fysiek object dus. We kijken er op een lineaire manier naar: informatie wordt geordend volgens een hierarchie van authoriteit. Op internet gaat dat niet. Daar werkt het veel beter als je asynchroon werkt, op basis van een netwerk van relaties.’
School gaat toch ook gewoon om dingen leren?
‘Dat klopt. Het is juist belangrijk dat leerlingen weten dat alle mogelijke informatie online te vinden is en dat ze die zelf kunnen verrijken. Stel je voor dat je leraar Nederlands bent en je merkt dat een leerlinge een uittreksel van een boek inlevert dat zij rechtstreeks van internet heeft geplukt. Dan kan je twee dingen doen. Je kunt haar werk met een 1 beoordelen en zeggen dat ze opnieuw moet beginnen. Een slimme leraar beloont haar werk echter met een 5 en schrijft erbij dat ze als de spelfoutjes eruit had gehaald, ze haar eigen mening had toegevoegd en het uittreksel weer had terug upgeload naar scholieren.com ze zeker een 8 had gekregen.
Afgelopen maand werd ik geïnterviewd door Barbara Kathmann van omroep Llink. Zij schetste een herkenbaar beeld van haar dagelijkse “race tegen de inbox”. Je hebt je privé e-mail, de mailbox op je werk, berichten via LinkedIn, krabbels op Hyves en dan ook nog een tuintje dat je met vriendinnen op Facebook wilt onderhouden. En dan heeft ze het nog niet eens over de honderden tweets van je vrienden die ook allemaal aan het twitteren zijn geslagen.
In het interview komen ook mensen op straat (a.k.a. voxpop) aan het woord om te vertellen of zij zonder mailbox zouden kunnen. Het antwoord is natuurlijk “Nee!” Met een kleine nuancering van de Blackberry-gebruikers die zich afvragen of ze dan nog wel mogen p!ngen of msn-en.
Het interview gaat verder over:
de blackberry als moderne slavenketting
notificaties uitzetten
e-mails beantwoorden via Hyves
de oplossing zit in de schoolbanken
het verschil tussen e-mail verzenden en ontvangen
in 14 seconden naar een lege inbox
Twitter = e-mail opnieuw uitgevonden
Tot slot nog een slimme vraag van Barbara of vroeger alles beter was. Mijn antwoord was: Nee, zeker niet. Vroeger is niet te vergelijkken met nu. Maar e-mail vind ik ook iets van vroeger! Luister het interview op de site of via de podcast.
Last week I was in Berlin attending and speaking at the NEXT-Conference 2010. Other speakers included Stowe Boyd, Andrew Keen and Cindy Callop. I was in the track “openess” together with Steve Rubel.
Some of you may have watched the live-stream but I got some questions about the slides, so I put them up on Slideshare and wrote down a version of the transcript: .
It’s an honour to be here on behalf of the Virtual Happiness Institute. I have a short presentation. Gonna give you some updates on our research and then tell you how we can prevent the next epidemic. But first, I may not be the next Uri Geller, but I know what’s on your mind right now: “Why would we need an institute for Virtual Happiness? ”
And the answer is so obvious! Just like the government of Bhutan uses Gross National Happiness (instead of GPD) to measure the success of its policies, we –as an Internet community –should focus on our digital well-being more than ever! The Virtual Happiness Institute keeps track of this research in Internet psychology. Basically what we do is to write about anything that a bloggers finds too boring and study everything that a scientist finds too much fun.
It’s all based on a simple research question: does the internet make us happy?
We asked people how they would rate their own happiness . And it turns out Western Europeans are moderately happy. They rate it a 7,11 on a 10 scale. In the American system this would have been a B right? But how would this live satisfaction change when they had to live without the Internet for a full month? And then you see their happiness drop straight to a 6.3.
After we published these results we got some complaints. People said: “Well this sounds nice, but there something wrong with your method. You can’t live without the internet, so that’s not an option.” So we designed a new experiment. We found someone (me) who was quite an internet fanatic (yep, that’s me) and we persuaded him to go unplugged for more than a month. Mind you. Until then this hadn’t been not done before. The experiment has had a lot of following , but until then this was the first time.
So, I went completely offline for a whole month. Nearly 40 days without the Internet, no Google, no Email, no surfing, no twitter, Nothing. The most fun thing I ever did, at least in the first week. During this period I kept a diary. (you all know what that is right? Sort of an offline weblog) And this was eventualy published as a book in Dutch with the title “how to survive your inbox”. Because my conclusion at that time was that living without the internet was awful, but living without email was fantastic.
Europe’s leading Internet conference will be held in Berlin. The motto of next10 is “Game Changers”, and the conference will offer 40 hours of events with international speakers over two days on three stages at STATION-Berlin.
My talk on Wednesday will be an update on the Virtual Happiness Project, which was launched on the PicNic-Conference in 2008 (Does the Internet make you happy?) and about which I spoke at TED 2009 as well (Can you live without the Internet). My theme for this year will be “How can we avoid the next epidemic?”
It’s basically the end conclusion of the project. We’ve gathered enough information to know what drives virtual happiness (online social interaction) and we know what frustrates our virtual happiness (the inability to handle digital information we were used to in the fysical world). So, what is left is a call for action to take way this last barrier towards a better online well-being. Let’s see if we can stop the impending epidemic of infobesity.
More information about NEXT10
“Over the course of five years, the next conference has become the most important European conference for the digital and creative economy,” said Matthias Schrader, founder and CEO of interactive agency SinnerSchrader. “We are coming to Berlin to take the next step in our development, and we’ve found the right partner in STATION-Berlin, the organiser of the international PREMIUM fashion fair.”