Cadeautje bij het Financieel Dagblad Leuke actie van het FD vandaag. In de papieren krant een kleine voorpublicatie van Uitverkocht met daarbij de uitnodiging om in hun nieuwe kiosk het hoofdstuk over Schaarste -gratis- te downloaden.
Op...
Bericht vanuit het Midden Oosten Ingekomen mededeling: van begin januari tot en met eind april zal ik in het buitenland verblijven.
In Qatar om precies te zijn, een schiereiland in de Perzische Golf dat grenst aan Saoedi-Arabië...
TED2010: Jamie Oliver Elk jaar reikt het TED-congres een prijs uit. En niet zomaar een prijs: honderdduizend dollar voor een idee dat de wereld kan veranderen. Eerdere winnaars waren Bill Clinton, Bono, Rachel Armstrong en...
De Wereld Draait Door De avond voorafgaand aan TEDxAmsterdam was ik uitgenodigd om in De Wereld Draait Door te vertellen over het fenomeen TED.com en ons eigen event.
Grappig om te zien wat de impact van zo'n massamedium...
Wie worden de ondernemers van de toekomst? Enige tijd geleden werd ik door onder meer Yuri Vangeest, Victor van der Chijs en Valerie Frissen gevraagd om mee te denken met uw TopTeam van de Creatieve Industrie. Het werd een sessie waarbij ondernemen...
His tale is revealing in more senses than one. Revealing to the fact that we have outsourced so many tasks to the internet today – checking of phone numbers, fact finding, sending stuff around – that it becomes daunting to have to do without the blessing of broadband. And most revealing to the fact that if we cut out all the noise from emails, blogs, Twitter and the likes, we actually have an opportunity to find peace, be more present in the moment and have more qualified and deeper discussions with the people, who really matter to us.
It’s almost scary. I have always argued that the internet is not a new type of media – it’s infrastructure along the lines of electricity, gas and running water. And I do believe it is. But I also think it’s healthy to every once in a while take a step back and rethink, what it is we’re using the internet for, and how it provides value to our lives – and what it potentially takes away.
Last week I had the pleasure to talk to Jeff Perron from the wellknown website Wikinomics. He posted two articles on his blog about my research on the relationship between Internet usage and Happiness.
In his first article Jeff gives an overview of the project:
In searching (the Web) for thinkers who have given thought to a correlation between happiness and our use of the Web, I found Jim Stolze’s Virtual Happiness Project. Stolze’s research question – Does the Web make us happy? – is the focus of this post, the first of two on the topic of the Web and human happiness.
Stolze postulates that our romance with the Web (which has only grown stronger with the level of interactivity that characterizes Web 2.0) is fuelled by our need to interact with others. Stolze observes that, i) being social makes us happy; ii) the Web facilitates social interaction; and iii) unsurprisingly, we have readily adopted the Web.
In the second article Jeff has written out some parts of the interview that took place last week:
“In my research nearly all respondents answer that the Web has enriched their lives in two ways,” said Stolze. “The first one being that they consider it their window to the world. There’s no doubt that the democratizing of knowledge has had a positive impact on the way people go through life. From deep thoughts on philosophy to things like finding a restaurant’s phone number or looking up a user review on IMDB.
The second reason is that the Web is a perfect place to find people who are like you – to set up a discussion without the risk of being judged by your looks, skincolor or clothes. We are a social species and we have this deep need to be part of a group. The Internet has become the perfect place to gather around this new global campfire.”
The other side of the “ease of interaction” coin is concern over the extent to which we carry out relationships online, as opposed to face-to-face. Stolze doesn’t discount this concern:
“There is a disconnect between our number of ‘friends’ and the number of deep connections we have. This is called friendship inflation. Simple economic law says that when there is more of something, the individual value decreases.”
Stolze does agree, however, that while an abundance of Web 2.0 friendships will cause some of us to disregard the importance of deep, traditional friendships, an equal, if not greater, number of us will use the Web to strenghten existing strong ties and develop new ones. In referring to online communication with close friends, Stolze says, “The best emails I receive, are the ones that say: ‘Hey Jim, let’s have lunch this Friday. Same place?’”
Stolze’s book, How to Survive Your Inbox, will be released, in Dutch, this coming June, but he gave me a preview of the conclusion:
“In my research, I found that I was not able to prove, scientifically, that the Web makes us happy. I would say that the answer is no, given my results. What the data does allow me to say is that not being connected to the Internet makes you unhappy. It’s kind of the new hygiene.”
Thanks Jeff, for taking the time. I look forward to the comments on your blog.
Wetenschap wordt pas echt leuk als twee onderzoeken elkaar tegenspreken. Zo was er een tijdje geleden het onderzoek van bioloog Dr. Aric Sigman die claimt dat online vriendschappen (als op Facebook / Hyves) slecht zijn voor je gezondheid.
Meneer Sigman is nog een van de weinige wetenschappers die de “displacement”-hypothese aanhangt. Oftewel, dat online vrienden de plek in nemen van offline vrienden. Niets is minder waar. De meest recente onderzoeken laten zien dat online juist een stimulator” is voor offline vriendschappen.
Daarom was ik extra blij toen ik vanmorgen las dat Marjolijn Antheunis vandaag aan de UVA haar proefschrift presenteert waarin zij stelt dat online communicatie juist goed voor je is. Je houdt er namelijk meer vrienden aan over. Mensen vinden elkaar leuker als ze elkaar via internet leren kennen dan als ze elkaar offline leren kennen.
Dit komt onder andere doordat mensen online meer persoonlijke informatie onthullen en meer vragen stellen aan de gesprekspartner.daarbij is het volgens Anthuenis niet belangrijk of mensen elkaar kunnen zien (via een webcam).
Daaruit concludeert ze dat het bovenstaande effect niet stand komt doordat mensen anoniemer zijn.
Via Twitter hoorde ik van Bram dat de jongens van Draadstaal een leuke sketch hadden uitgezonden waarin de thema’s van internet, geluk en vooral versnipperde aandacht op komische wijze werden uitvergroot.
Op Youtube was-ie uiteraard al te vinden:
Voor de goede orde: dit gaat dus niet over mijn boek
Afgelopen week zag ik de (tussentijdse versie van de) cover van mijn boek in mijn mailbox landen. Ik post hem nu even op mijn weblog, omdat ik benieuwd ben naar jullie reacties.
De titel wordt dus “Hoe overleef ik mijn inbox” en dit is de tekst die Nieuw Amsterdam in hun catalogus gaat opnemen:
Internet is misschien wel de belangrijkste ontwikkeling van de afgelopen tien jaar. Maar heb jij ook wel eens het idee dat we een beetje doorschieten? Dat al die communicatie via email, blogs en hyves ten koste gaat van de echte communicatie? Toch zou niemand meer terug willen naar de tijd van postzegels en faxapparaten. Tijd dus voor een overzicht van de do’s and don’ts als je internet wil inzetten waar het bedoeld voor is.
Jim Stolze baseert zijn ‘survival gids voor de digitale jungle’ niet alleen op (inter)nationale onderzoeken, maar ook op eigen experimenten. Zo sloot hij zich gedurende de hele maand december af van internet en email om te zien wat voor effect dat op hem en zijn omgeving zou hebben.
“Hoe overleef ik mijn inbox?” is een must voor iedereen die grip wil krijgen op de informatie overload van het dagelijkse leven, thuis en op het werk.
Het boek bestaat eigenlijk uit drie delen:
Algemene inleiding over mijn maand offline
25 praktische tips om écht wat aan internet te hebben
Theoriegedeelte over mijn afstudeeronderzoek en het model dat ik heb opgesteld. Hierin beschrijf ik de relatie tussen Internet en Happiness.
Daarnaast neem ik een aantal interviews op die her en der in het boek terugkomen
Ben benieuwd wat je ervan vindt. Op dit moment ben ik nog volop bezig met schrijven en sparren met de redacteur! Als het goed is, ligt het boek in juni in de winkels.
Vorige week gaf ik een gastcollege op de Universiteit van Amsterdam. Op uitnodiging van Anna Snel heb ik een ochtend gesproken over de digitalisering van onze cultuur en de gevolgen daarvan op (intermenselijke) communicatie.
De studenten waren opvallend goed op de hoogte van de thema’s informatieverslaving en information-overload. Helemaal fantastisch vond ik het experiment dat Dennis, Bram en Paul (foto) hadden gedaan. In navolging van mijn maand offline, hebben zij een week ‘zonder informatie geleefd’.
In dit filmpje delen zij hun ervaringen van deze week. De meest opvallende punten:
opvallend dat in bijna élke kamer wel een computer of televisie staat
iedereen, maar dan ook iedereen heeft een mobiel
informatie is overal te vinden en niet te negeren
drang naar informatie zit in kleine dingen (even googlen / even zoeken / checken / mail)
informatieverslaving blijkt een drang naar instant bevrediging te zijn, zodat je weer verder kan
op zoek naar `de verrijking´; die zit waarschijnlijk in efficiency van informatiebevrediging á la TomTom, of een treinsschema op je mobiel
meer efficiency betekent overigens niet meer vrije tijd; de tijd blijft hetzelfde
scrabbelen wordt zwaar overschat
een voetbalwedstrijd kun je ook volgen door naar de buren te luisteren
Bram, bedankt voor de droogkomische maar zeker ook filosofische slotconclusies!
De meest gestelde vraag aan mij is de laatste tijd: “Wat heb jij toch tegen e-mail?” Zeker na het interview in Emerce met als titel “E-mail is bedreiging voor de productiviteit” en na lezing van het stuk in Bizz met als titel Mail is een misbruikt medium ontstaat een beeld dat ik geen fan ben van e-mail.
Laat ik vooropstellen dat ik nog steeds veel tijd doorbreng in Gmail. Ik moet ook echt niet denken aan de tijd dat ik Word-documenten op floppy’s zette om ze vervolgens bij iemand in de brievenbus te doen. En ook het maken van fysieke afspraken met meerdere mensen gaat via e-mail nog steeds handiger dan met de telefoon. Hoewel het ook wel steeds moeilijker wordt om mensen op één plek en op één tijd te krijgen!
Maar laat ik in aanvulling op de hierboven genoemde interviews toch nog eens willekeurig drie andere bronnen opvoeren die laten zien waarom we heel kritisch naar de manier waarop we e-mail gebruiken moeten kijken:
E-mail wastes an hour a day
Een Brits onderzoek laat zien dat werknemers nauwelijks hun mail filteren of op andere manieren organiseren, waardoor zo’n heel uur per dag verloren gaat aan lezen, opstellen, doorsturen en verwijderen van e-mails.
Actie: bedrijven hebben hulp nodig bij het opstellen van een email-etiquette!
E-mail is een heel slecht communicatie-middel
Als je je realiseert dat minder dan 10% van onze communicatie over woorden gaat, maar liefst 30% met intonatie te maken heeft en de rest (60%) over lichaamstaal gaat, kun je niet anders concluderen dat e-mail niet gemaakt is voor echte communicatie. De grootste misverstanden op de werkvloer ontstaan tegenwoordig door éénregelige e-mails gericht aan meer dan één persoon. Kun je nagaan wat er gebeurt als er dan nog één grapjas op de “reply to all”-knop drukt.
In diverse interviews heb ik mijn verwondering uitgesproken over het begrip “aandacht”. Tijdens mijn maandje offline merkte ik na 3 weken dat ik mij daadwerkelijk beter kon concentreren en dat ik meer aandacht had voor de dingen die ik deed.
Zou dat “verbonden zijn” dan toch een soort sluimerstand van je hersenen zijn die continue energie slurpt? Dus dat wanneer je niet meer verbonden bent je meer energie hebt en daarmee meer aandacht voor de dingen die je doet? Interessante kwestie.
De andere vorm van aandacht die mijn maand december bepaalde, was de aandacht van lieve mensen die interesse toonden in mij of in het experiment. Het is me niet gelukt om iedereen persoonlijk te bedanken, maar ik heb veel brieven teruggeschreven en telefoongesprekken gevoerd.
Ook de pers was gul met zijn/haar aandacht. Dank daarvoor:
Afgelopen zaterdag stond er een interview met mij in de Volkskrant (Katern: hart en ziel). Marjon Bolwijn heeft flink haar best gedaan en ook een aantal mensen uit mijn omgeving geïnterviewd.
Omdat ik van een aantal mensen hoorde dat zij de Volkskrant hadden gemist, heb ik hieronder een deel van het stuk geplakt, inclusief een link naar de digitale versie. Door: Marjon Bolwijn
Dat hij verslaafd is aan internet kan Jim Stolze (35) niet ontkennen, maar liever spreekt hij van een ‘huizenhoge passie voor alle vormen van interactieve media’. Gepassioneerd staat de bekende internetadviseur op en zo gaat hij ook naar bed. Het eerste wat hij ’s ochtends doet als zijn iPhone hem wakker maakt, is op het envelopje drukken om zijn e-mails te checken. Al lezend staat hij op en zet hij thee. Dan volgt een dag waarop hij middels telefoon en laptop zonder overdrijven voortdurend online is. Zijn laatste actie voor het slapen gaan is weer dat klikje op het envelopje. ‘Ik slaap lekkerder als ik weet hoe mijn mailbox ervoor staat.’
Zo was het tot 1 december 2008. Op die dag ging voor een maand de stekker eruit. Hij zag er als een berg tegenop, wetende hoe belangrijk zijn online leven voor hem is, voor zijn werk maar ook voor zijn sociale contacten.
Vandaag is het woensdag 7 januari 2009. Ik ben voor het eerst weer online sinds 30 november 2008…. 37 dagen zonder internet en het voelt raar.
Vooropgesteld, ik snap dat sommige mensen hun schouders ophalen als ze lezen over “een maand zonder internet”. Het is echt geen bijzondere prestatie. Maar, voor mij persoonlijk was het een maand om niet snel te vergeten. Ik heb zoveel bijzondere gesprekken gevoerd; het onderwerp maakte veel bij mensen los.
Verrast was ik door de lieve reacties van mensen met wie ik voorheen slechts virtueel contact heb gehad. En dankbaar ben ik voor mijn omgeving die soms meer last had van het experiment dan ikzelf
Het heeft mij in ieder geval enorm veel inspiratie opgeleverd, die ik komende maanden met jullie op een aantal manieren probeer delen:
een aantal artikelen op verschillende weblogs
een boekje over “Internet in het dagelijks leven” voor ilsemedia
een lezing geven op TED University
een manifest waarin ik beschrijf hoe het bedrijfsleven slimmer met e-mail om kan gaan
Eigenlijk had ik verwacht dat ik na het knallen van de kurken en de Oud & Nieuw sms-jes direct online zou gaan, maar dat was niet zo. Sterker nog, ik heb het nog 6 dagen uitgesteld.
Komende dagen zal ik vanaf deze plek stukken uit mijn dagboek publiceren. Ik ga nu eerst even kijken op Twitter en op het web nalezen wat ik allemaal heb gemist
p.s. Mijn mailbox heb ik nog niet geopend! Maar daarover later meer.
In 2009 schreef ik het boek "Hoe overleef ik mijn inbox". Een zoektocht naar de effecten van information overload, overvolle inboxen en continue afleiding.