Sinds ik mijn boek over email-overload en het compulsief internetten heb geschreven, houd een persoonlijk dilemma mij bezig. Mobiel mailen; is dat nou goed of fout?
Goed
Afgelopen week was ik op werkconferentie in Zuid-Frankrijk met een aantal vooraanstaande lieden uit het Nederlands bedrijfsleven en zij bevestigden het beeld bij mij dat mobiel mailen een zegen was. Af en toe grepen ze naar hun Blackberry of iPhone en verwerkten wat mailtjes. “Heerlijk, toch. Ik ben weer helemaal bij”, straalden ze trots uit. Daar is ook iets voor te zeggen. Het nieuwe werken betekent dat je overal en altijd kán werken, en hoe kan dat nu beter dan met een -letterlijk- mobiele device. Ook hield het voor hen in dat sommige collega’s niet eens in de gaten hadden dat zij zich aan de Cote d’Azur bevonden.
Fout
Maar weet je wat het is met mail op de mobiele telefoon? Het gaat maar door. Je kunt het niet gemakkelijk aan – en uitzetten. Het gevolg is dat er altijd iets is, dat je aandacht vraagt. Linda Stone noemt dit “continuous partial attention”: continu versnipperde aandacht. Rijd je in de auto, dan kijk je om de 8 minuten op je schermpje om te zien of er “nog iets te lezen is”. Je begeeft je je in levensgevaarlijke situaties om korte mailtjes toch maar even te beantwoorden. Of ’s-avonds als je je kinderen op bed aan het leggen bent, kijk je tijdens het voorlezen toch weer even op dat schermpje. Wat voor automobilist of ouder ben je dan? Precies, fout.
Nu de helft van Nederland zich klaarmaakt om de zon op te zoeken, doet zich voor jou een prachtige kans voor! Je hebt namelijk een keuze waar het gaat om je inbox. Je kunt ervoor kiezen om tijdens je afwezigheid digitaal te ontslakken. Of om te proberen de schade een beetje te beperken.

Met ontslakken bedoel ik natuurlijk twee of drie weken volledig offline gaan, met alle toeters en bellen. Om te zien wat dat met je doet. Welke ideeën je krijgt, wat je collega’s daarvan vinden. En met “schade beperken” bedoel ik dat je zelfs op vakantie ook nog het virtuele lijntje met kantoor in stand houdt (niet aan te raden).
KPN gebruikte deze maand in hun interne nieuwsbrief de tips uit mijn boek. Hier zal ik “Op vakantie in de 24-uurs economie” ook nog maar eens plaatsen:
Tip 1: start al een aantal dagen eerder
Zet 3 dagen van tevoren je out-of-office-reply aan, Hierdoor voorkom je dat je op het laatste moment nog allerlei spoedklusjes moet afhandelen en stel je je collega’s vast op de hoogte van naderende absentie.
Vandaag in de Volkskrant een interview met mij over infobesitas. Over het verschil hoe mensen op kantoor met information overload omgaan en hoe scholieren zich er een weg doorbanen -ondanks hun docenten.
Infobesitas. Het is een voor de hand liggen woordspeling op Obesitas, volgens Jim Stolze (36). Toch geeft het een zelfde soort problematiek aan. Tegenwoordig is informatie zo vrijelijk en overvloedig verkrijgbaar, dat we er ons aan overeten. Mensen blijven maar informatie consumeren, terwijl ze daar helemaal niet gelukkiger van worden. We zijn toe aan een nieuwe manier van lesgeven in het onderwijs. Digitale informatie consumptie zouden we met evenveel aandacht en urgentie moeten behandelen als verantwoord eten, zo vindt Stolze.

Wat is er aan de hand?
‘Kinderen van nu hebben toegang tot meer informatie dan hun leraren: een uniek moment in de geschiedenis. Vroeger had ik het gevoel dat mijn leraar geschiedenis alles wist. Dat was heel gaaf. Nu kunnen leerlingen direct checken of de leraar wel de waarheid spreekt en er tegenin gaan. De leraar is geen meneer meer. Net als de dokter. Als mensen op het spreekuur komen hebben ze al uitgevogeld wat ze hebben dankzij dr. Google. Heel frustrerend voor iemand die er jarenlang jaar voor heeft gestudeerd. De arts moet op zoek naar nieuwe invulling van zijn beroep met vaardigheden als coaching en empathie.’

Hoe moet dit dan in het onderwijs worden ingepast?
‘Het is vreemd dat onze generatie, die niet met internet is groot geworden, aan de jeugd moet vertellen hoe ze met die nieuwe vormen van media om moeten gaan. Wij (dertigplussers) zijn geneigd informatie te bekijken als fysieke objecten. Wij hebben de tijd meegemaakt dat post, fysieke post was. Dat kwam een keer per dag in een stapel op je bureau. Als die stapel te hoog was, dan kreeg je een extra collega. Je werk was gedaan als je stapel op was.’
‘Tegenwoordig is post digitaal. Het komt per e-mail binnen op je computer. Niemand heeft enig idee hoe hoog die stapel is. Sterker nog. Het is iets dat we niet kunnen bevatten. Toch blijven wij het beschouwen als een stapel post die weggewerkt moet, als een fysiek object dus. We kijken er op een lineaire manier naar: informatie wordt geordend volgens een hierarchie van authoriteit. Op internet gaat dat niet. Daar werkt het veel beter als je asynchroon werkt, op basis van een netwerk van relaties.’
School gaat toch ook gewoon om dingen leren?
‘Dat klopt. Het is juist belangrijk dat leerlingen weten dat alle mogelijke informatie online te vinden is en dat ze die zelf kunnen verrijken. Stel je voor dat je leraar Nederlands bent en je merkt dat een leerlinge een uittreksel van een boek inlevert dat zij rechtstreeks van internet heeft geplukt. Dan kan je twee dingen doen. Je kunt haar werk met een 1 beoordelen en zeggen dat ze opnieuw moet beginnen. Een slimme leraar beloont haar werk echter met een 5 en schrijft erbij dat ze als de spelfoutjes eruit had gehaald, ze haar eigen mening had toegevoegd en het uittreksel weer had terug upgeload naar scholieren.com ze zeker een 8 had gekregen.
Afgelopen maand werd ik geïnterviewd door Barbara Kathmann van omroep Llink. Zij schetste een herkenbaar beeld van haar dagelijkse “race tegen de inbox”. Je hebt je privé e-mail, de mailbox op je werk, berichten via LinkedIn, krabbels op Hyves en dan ook nog een tuintje dat je met vriendinnen op Facebook wilt onderhouden. En dan heeft ze het nog niet eens over de honderden tweets van je vrienden die ook allemaal aan het twitteren zijn geslagen.

In het interview komen ook mensen op straat (a.k.a. voxpop) aan het woord om te vertellen of zij zonder mailbox zouden kunnen. Het antwoord is natuurlijk “Nee!” Met een kleine nuancering van de Blackberry-gebruikers die zich afvragen of ze dan nog wel mogen p!ngen of msn-en.
Het interview gaat verder over:
- de blackberry als moderne slavenketting
- notificaties uitzetten
- e-mails beantwoorden via Hyves
- de oplossing zit in de schoolbanken
- het verschil tussen e-mail verzenden en ontvangen
- in 14 seconden naar een lege inbox
- Twitter = e-mail opnieuw uitgevonden
Tot slot nog een slimme vraag van Barbara of vroeger alles beter was. Mijn antwoord was: Nee, zeker niet. Vroeger is niet te vergelijkken met nu. Maar e-mail vind ik ook iets van vroeger! Luister het interview op de site of via de podcast.
Na mijn internetloze maand (december 2008) ben ik door een aantal mensen benaderd die een vergelijkbaar experiment wilden doen. Sommigen privé, anderen voor hun studie en weer anderen hoopten er eeuwige roem mee te vergaren in het internet-museum.

Een kleine opsomming:
- een radio deejay die zichzelf aanmeldde bij een afkick-kliniek vanwege zijn ‘online’ verslaving
- drie studenten die een week zonder informatie leefden
- Gretchen Rubin die zich stortte op happiness-research om vervolgens de learnings op zichzelf toe te passen
- Stefan van Buren die mijn experiment als vertrekpunt koos
- Robin van Koppen die mijn maand als inspiratie voor het “Nieuwe Werken” koos
Daar kan ik nu een nieuw experiment aan toevoegen. Vriend en collega-blogger Ernst-Jan Pfauth gaat een week zonder Google proberen te leven.
Dat is tamelijk bijzonder aangezien hij een van de meest productieve internet jounalisten voor NRC Next is.
In deze posting ga ik in op de kersttoespraak van Koningin Beatrix. Ben ik daar laat mee? Ja, dat klopt. De reden hiervoor is dat ik voor het januari-nummer van Vrij Nederland gevraagd werd om iets over ‘virtuele vriendschappen’ te zeggen. Omdat dit stuk (nog) niet online is terug te vinden, geef ik hier een kleine interpretatie.
Op de eerste plaats ben ik natuurlijk verheugd met de discussie over technologie als wig of als brug tussen mensen. Wie verder kijkt dan de tips over een lege inbox, ziet dat het grootste gedeelte van mijn boek juist over dat thema gaat.

Het is opmerkelijk te noemen (maar niet geheel onverwacht) dat heel webloggend en druk twitterend Nederland over de Koningin heenvalt als zij opmerkt dat technologie en globalisering de burger afstandelijker hebben gemaakt.
Onafhankelijk = afstandelijk?
Letterlijk zegt zij overigens: “In deze tijd van mondialisering zijn snelheden vergroot en afstanden verkleind. Technische vooruitgang en individualisering hebben de mensen onafhankelijker en afstandelijker gemaakt.” Daar is feitelijk weinig tegen in te brengen. Het is een brave observatie en een abstracte weergave van bijvoorbeeld de situatie waarin mensen niet meer aan het loket van hun bank met formuliertjes staan te klooien maar thuis via internet bankieren hun zaken regelen.
Posted by Jim Stolze | Posted in hoe overleef ik mijn inbox | Posted on 31-10-2009
1
Voor het relatiemagazine Crossing van Sanoma werd ik gevraagd om een kleine voorspelling te doen over “wat gaat er komen?” Hieronder mijn antwoord.
Al die bergen informatie op internet en al die golven van contact via digitale kanalen. Het kan niet anders dan dat die een tegenbeweging gaan krijgen.
Als je bij Google zoekt op het woord ‘informatie‘ krijg je bijna 60 miljoen resultaten! Je hebt eigenlijk een zoekmachine nodig om binnen Google te kunnen zoeken.

Mijn voorspelling is dus de opkomst van de nieuwe schaarste:
een zoekmachine voor slechts kiprecepten zonder rijst; een community over herdershonden met een hazenlip; een twitterkanaal voor tweets in minder dan 80 letters; tot en met een Hyves-achtige site voor bejaarden zonder bril.
Small is the new big. Dat is niet nieuw, maar wel een trend die we steeds vaker zullen zien. Schaarste binnen de overvloed is de nieuwe heilige graal.