Innoveer in het nu

Deze column verscheen eerder in het FD van 11 november 2017

In ons gezin bestonden vroeger geen taboes. Aan de keukentafel was alles bespreekbaar, behalve voetbal. Mijn vader vond het onbegrijpelijk hoe de rest van Nederland een mening kon hebben over 22 volwassen mannen die achter elkaar aan renden op een stukje gras.

Dit huiselijke taboe zorgde ervoor dat ik buitenshuis een nieuwe vaardigheid ontwikkelde. Bij vriendjes wist ik binnen enkele minuten uit te vinden of ik in een Ajax-huis of een Feyenoord-huis te gast was. Dat trucje heeft mij menig pak rammel bespaard. Wat mij nog het meeste verbaasde was het zwart-wit denken. Er was geen ruimte voor tinten grijs. Het domste wat ik kon doen was een opmerking maken als “Zolang de beste maar wint”.

(C) Foto: Binh Tran / FD
Een vergelijkbare polarisatie lijkt zich nu voor te doen in het publieke debat over robotisering. Ook hier weer twee kampen. Aan de éne kant de techno-optimisten. Zij zijn er heilig van overtuigd dat machines niet alleen intelligenter maar ook spiritueler zullen worden. Dat zij onze grootste problemen gaan oplossen en dat wij op den duur met hen zullen versmelten. En aan de andere kant de techno-sceptici. Zij beginnen hun betoog ongeveer hetzelfde maar nemen een andere afslag. De robots nemen eerst onze banen over en zullen dan tot de conclusie komen dat de menselijke soort overbodig is. Terminator in de polder.

Beide scenario’s worden ingegeven door Hollywood-films en gevoed door respectievelijk angst of een naïef vertrouwen in vooruitgang. Continue reading Innoveer in het nu

Een minister voor X

Deze column verscheen eerder in het FD van zaterdag 4 november

In welke film ben ik terecht gekomen? Je zag het Rutte denken afgelopen week. Waar was de glans en de “we hebben er zin-an” van de vorige week gebleven? Het bekendmaken van de nieuwe ministersploeg had toen alle elementen in zich van een geslaagde openingsscène. De juiste poppetjes, een gedeelde ambitie, opvallende schoenen en een drang naar vernieuwing. Het leek wel een aflevering van de Haagse Oprah. You get a minister! And you get a minister!

(C) Foto: Binh Tran / FD
Maar de sfeer sloeg snel om. Een minister van Klimaat? Daar wist het Planbureau voor de Leefomgeving wel raad mee. De plannen werden door hen weg gezet als de kleren van de keizer. Dat zal je leren om iemand verantwoordelijk te maken! Dan was er ook nog dat gedoe met Buma. Achteraf had het kabinet misschien beter een “Ministerie voor sleepwetten” moeten instellen, inclusief een staatssecretaris die het departement iedere dag schoonveegt om er zeker van te zijn dat er niet ergens een referendum is blijven liggen.

Is dat het “Vertrouwen in de toekomst”? Het mist actie, het mist een slokje Red Bull. Vertrouwen is je nek durven uitsteken. Vertrouwen is een jongen van zeventien -die niet eens zijn rijbewijs heeft- de verantwoordelijkheid geven over een Formule 1 wagen. En dat vervolgens de hele racewereld zich even “Dutch” kan voelen.
Ik volgde de bordes-scène destijds live op televisie vanuit Dubai. Daar was toevallig ook een nieuwe minister genoemd: de minister van kunstmatige intelligentie.
Continue reading Een minister voor X

En… kijkt ze je aan?

Op een maandagochtend in december 2011 landde ik op een vliegveld ergens in het Midden Oosten. Vanuit de lucht had Qatar geleken op een verzameling zandkorrels op de bodem van een kinderzwembadje. Het groenblauwe water van de Perzische golf vormde een scherp contrast met de beige tinten van de kilometers woestijn die het schiereiland rijk was.

Even later stuurde mijn taxichauffeur zijn auto Al Corniche op. Al Corniche is de slingerweg langs de kust tussen het vliegveld en de hoogbouw van Westbay. De skyline van Westbay was de laatste jaren het symbool geworden voor de ongekende groei van Qatar. De olie- en gasinkomsten hadden ervoor gezorgd dat de kamelen waren ingewisseld voor Ferrari’s en dat de woestijntenten plaats hadden gemaakt voor wolkenkrabbers ontworpen door Rem Koolhaas.

In zijn achteruitkijkspiegel keek de chauffeur mij lachend aan.
“Do you see it?”

Ik had geen idee wat hij bedoelde. Aan mijn linkerhand zag ik alleen hotels en kantoorgebouwen. Aan de rechterkant slechts de zee. Of toch? Op een opgespoten eilandje zag ik een opmerkelijk gebouw dat was opgetrokken uit grote rechthoekige blokken. Het eiland was met Al Corniche verbonden door een statige oprit met aan weerszijden indrukwekkende palmbomen.

“She’s looking at you,” zei de chauffeur.

Ik kreeg het gevoel dat ik in de maling werd genomen. Ik besloot te knikken en bladerde door een reisgids die ik op het vliegveld had gekocht. Tot mijn verbazing kwam ik een foto van dat zelfde gebouw tegen op een van de eerste bladzijden. Het bijschrift luidde: Museum of Islamic Art. Volgens de reisgids ging het hier om het lievelingsproject van Prinses Mayassa, de jongere zus van de Emir. Mayassa stond bekend als een van de meest invloedrijke kunstverzamelaars ter wereld. Zo had ze in de recente jaren onder meer De Kaartspelers van Cézanne (259 miljoen euro) en De Schreeuw van Edvard Munch (91 miljoen euro) aan haar privé verzameling toegevoegd.

Geboeid las ik verder over de totstandkoming van het gebouw. I.M. Pei is de Chinese architect die wereldberoemd was door zijn renovatie van het Louvre. Voor dit project in Qatar was hij tijdelijk uit pensioen gekomen. Daarbij stelde hij wel één voorwaarde: dat hij het museum op zee mocht bouwen. Pei was van mening dat er in de stad teveel kantoortorens werden gebouwd en was bang dat zijn nieuwe creatie daardoor in de schaduw zou komen te staan.

In de volgende bocht vroeg ik de chauffeur om zijn taxi even stil te zetten. Ik wilde met eigen ogen zien wat Pei hiermee bedoelde.

mia-woman

Uitkijkend over de baai zag ik hoe het museum leek te drijven in de smaragd groene zee. De grote bouwstenen waren hoekig, zandkleurig en zo gestapeld dat de brede fundering langzaam naar een smallere bovenkant toeliep. De zon was opgekomen vanuit het oosten en zorgde met haar strijklicht voor een fantastisch effect op de hoekige stenen. De zandkleurige pyramide veranderde langzaam in een geometrisch schaduwspel. Dat bedoelde Pei dus toen hij zei dat de zon het gebouw elke dag tot leven moest wekken.

Ademloos zag ik hoe het museum er elke dertig seconden iets anders uit zag, al naar gelang de stand van de zon. Mijn trance werd verstoord door het geluid van een claxon. De taxichauffeur keek me weer lachend aan.

“And? Is she looking at you now?”

Ik schudde mijn hoofd en stapte terug de taxi in. Mijn ogen bleven gericht op het markante gebouw. De chauffeur wees me naar de top van het museum. In het bovenste vierkante blok waren twee langwerpige uitsparingen aangebracht. Vermoedelijk was dit het uitkijkpunt op de hoogste etage. En toen zag ik het. De twee uitsparingen leken wel twee ogen! Het hele museum zag er plotseling uit als een vrouw in een boerka. En het maakte niet uit waar de taxi reed, haar ogen bleven je achtervolgen.

De taxichauffeur had de grootste pret toen hij zag dat ik de vrouw in het gebouw eindelijk had ontdekt. Volgens hem was dit een één-tweetje geweest tussen I.M. Pei en prinses Mayasaa.

“Yes sir. Een ode aan de moslima. Op straat is de man de baas, maar thuis is het de vrouw. Ook in Qatar.”

Hij vond het een vermakelijk schouwspel. Ik vond het het mooiste dat ik ooit had gezien.